Go Ad-Free
If you regularly use Hymnary.org, you will definitely enjoy all the perks of a Hymnary Pro subscription. Plus, your subscription supports our mission in a big way!
1 O HEER, doe Gij mij recht;
Ik wandel als Uw knecht,
En vind mijn lust in Uw gebod.
Ik blijf op U betrouwen;
Op U, mijn rotsteen, bouwen:
Ik zal niet wank'len, grote God.
2 Beproef vrij, van omhoog,
Mijn hart, dat voor Uw oog,
Alwetende, steeds open lag.
Doorzoek mij; toets mijn gangen;
Doorgrond al mijn verlangen;
En stel mijn oogmerk in den dag.
3 Uw goedertierenheid,
Die zich alo, zerzpreidt,
Is t' allen tijd' voor mijn gezicht.
Ik houd, oprecht van handel,
Daar 'k in Uw waarheid wandel,
Mijn schreden naar Uw wet gericht.
4 Hij, die, vol ijdelheid,
Een spoorloos leven leidt.
Wordt met mijn vriendschap niet vereerd;
En huich'laars, die hun vlekken
Schijnheiliglijk bedekken,
Zijn van mijn omgang ver geweerd.
5 Mijn heart verfoeit en haat
De werkers van het kwaad,
Bij wie ik mijnen voet niet zet.
Ik zit bij geen godd'lozen;
'k Ontwijk de plaats der bozen,
Zo word ik niet door hen besmet.
Pauze
6 Ik was, aan U verpand,
In onschuld mijne hand.
Mijn hart springt in mij op, o HEER,
Wanneer ik, met Uw scharen,
Verschijn voor Uw altaren,
En U met offergaven eer.
7 Daar wordt Uw lof verbreid,
O Oppermajesteit,
Door mij, die U bemin en acht;
Daar zal mijn stem U prijzen,
Voor al de gunstbewijzen,
Voor al de wond'ren Uwer macht.
8 Wat blijdschap smaakt mijn ziel,
Wanneer ik voor U kniel
In 't huis, dat Gij U hebt gesticht!
Hoe lief heb ik Uw woning,
De tent, o Hemelkoning,
Die G', U ter eer, hebt opgericht!
9 Wanneer G' Uw arm verheft,
Den snoden zondaar treft,
Wees Gij dan, HEER, mijn toeverlaat;
Doe mij met hem niet sneven;
O neen, behoed mijn leven,
Als Gij den man des bloeds verslaat.
10 Doe mij niet mee vergaan
Met hen, die U weerstaan,
Wier hart steeds schand'lijk mistrijf kweekt;
Die trouw en plicht verachten,
En 't recht om goud verkrachten,
Als d' onschuld om bescherming smeekt.
11 Maar ik, ik ben oprecht;
Verlos dan Uwen knecht
Van 't ongeval, dat hem genaakt,
Wil mij in gunst gedenken,
Mij Uw genade schenken;
Zo wordt door U mijn heil volmaakt.
12 Nu stap ik rustig aan;
'k Betreed een effen baan:
Mijn God verhoort nu mijn gebed.
'k Zal Hem, met blijde klanken,
In Zijn vergaad'ring danken,
Wanneer Zijn gunst mij heeft gered.
| Text Information | |
|---|---|
| First Line: | O HEER, doe Gij mij recht |
| Language: | English |
| Publication Date: | 1933 |
| Scripture: | |
| Topic: | Voor Bijzondere Personen: In verdrukking van vijanden; Bij Plechtige Gelegenheden: Bij de Voorbereiding to het Heilig Avondmaal; Bij het Verklaren van den Heidelbergsen Catechismus: Van de vereisten der avondmaalgangers |
| Tune Information | |
|---|---|
| Name: | [O HEER, doe Gij mij recht] |
| Key: | a minor or modal |