
Hymnal: Psalmen #3 (1933) Lyrics: 1 Hoe vreeslijk groeit, o God,
Het saâmgezworen rot
Dergenen, die mij drukken;
Zij maken niet alleen
Den opstand algemeen,
Om mij mijn kroon t' ontrukken;
Maar velen doen van mij,
oe bitter ik ook lij;,
Nog deze smaadtaal horen:
"God zal hem nu niet meer
Verlossen, als weleer;
Hem is geen heil beschoren."
2 Maar, trouwe God, Gij zijt
Het schild, dt mkj bevrijdt,
Mijn eer, mijn vast betrouwen;
Op U vest ik het oog;
Gij heft mijn hoofd omhoog,
En doet m' Uw gunst aanschouwen.
'k Riep God niet vrucht'loos ann;
Hij wil mij niet versmaân
In al mijn tegenheden;
Hij zag van Sion neer,
De woonplaats van Zijn eer,
En hoorde mijn gebeden.
3 Ik lag en sliep gerust,
Van 's HEEREN trouw bewust,
Tot ik verfrist ontwaakte;
Want God was aan mijn zij';
Hij ondersteunde mij
In 't leed, dat mij genaakte.
Ik zal, vol heldenmoed,
Daar mij Zijn hand behoedt,
Tienduizenden niet verzen;
Schoon ik, van alle kant,
Geweldig aangerand
En fel geprangd moog' wezen.
4 Sta op, verlos mij, HEER.
Gij hebt, o God, weleer
Getoond voor mij te waken,
Mijn haters onderdrukt,
En mij 't gevaar ontrukt;
Gij sloegt hen op de kaken,
Verbrekend onverwacht
Hun tanden door Uw macht;
'k Heb d' overhand verkregen!
Gij, HEER, alleen, Gij zijt
Verwinnaar in den strijd,
En geeft Uw volk den zegen.
Topics: Voor Land en Kerk In Oorlog Scripture: Psalm 3 Languages: Dutch Tune Title: [Hoe vreeslijk groeit, o God]
Hoe vreeslijk groeit, o God